Shihoendra hoort de emmer eerder dan wie ook. Nog voordat de eerste korrels vallen, staat ze al bij het hek, kop schuin, wachtend op het geluid dat ze kent. Ze is blind, maar over het erf loopt ze alsof ze elke steen heeft geteld.
Sinds een tijdje loopt ze niet meer alleen. Twee kuikens hebben zich bij haar aangesloten, of zij bij hen, dat is moeilijk te zeggen. Ze blijven dicht bij haar poten, en waar Shihoendra gaat, gaan zij. Ze heeft ze als vanzelf onder haar hoede genomen.

Samen lopen ze de vaste rondes. Langs de moestuin, langs de bomen, naar de voerplek en weer terug. Shihoendra kent de route uit haar kop, en de twee kleintjes leren hem van haar, stap voor stap. Een tak die net iets te ver hangt, een drempel bij de schuur, zij weet het, en loopt eromheen.
Bij de voerplek zoekt ze haar hoekje, altijd hetzelfde, met de kuikens vlak naast zich. Tegen de avond schuift ze aan waar de kippen samenscholen, een grote bruine schaduw met twee kleine eronder. Niemand die haar in de weg loopt. Ze hoort precies waar iedereen staat.